Het begint altijd geniepig en als je het het minst verwacht. Bijvoorbeeld tien minuten voor je gaat slapen. Of als je 's ochtends opstaat en je je ineens beseft dat het al zondag is en dat maandag dus morgen is. Voor je het weet heb je jezelf dan in een dip gedacht met een van de volgende twee dingen als gevolg:
1) Je motivatie verdriedubbelt zich;
2) Je antipathie verdriedubbelt zich.
Maar allebei heeft als resultaat dat je zenuwachtig wordt, je gaat doemdenken, het ergste verwachten. En zo hou je jezelf de rest van de dag bezig, op het randje van een zenuwinzinking met hoogtepunten van supermotivatie en dieptepunten waarin je denkt: "Waar doe ik het voor? Het is toch nutteloos, halen zal ik het toch niet.."
Dan arriveert het moment suprème. Je zit in het lokaal tegen over de leraar (die in België beter bekend staat als d'n prof). Hij stelt een vraag en je weet waarempel het antwoord. Oh, euforie! Dan volgen er nog vier vragen, waarvan je er over een twijfelt. In nog geen tien minuten is alles waar je je zo'n anderhalve dag heel druk om hebt gemaakt van de aardbodem verdwenen. Geen wolkje meer te zien aan de lucht. Je haalt eens diep adem, stapt het lokaal uit en zegt tegen de volgende: "Jouw beurt. Succes!" Je loopt de trappen af, zet je telefoon terug aan, belt de eerste vriendin in je lijst om je geluksgevoel mee te delen: de voicemail neemt op... Maar je hebt het examen gehaald!